Greep uit onze inbreng tijdens de Raadsvergadering van 19-06-2014


07.  Vragenkwartier:

      We vroegen ons af of er op een of andere wijze de panden niet zodanig verkocht

      hadden kunnen worden dat de opbrengst hoger geweest zou zijn ?

      Zoiets bijvoorbeeld een Openbare Verkoop van de panden.   In principe bedoelen

      we: zoeken naar een manier waarop de opbrengst hoger geweest zou zijn, want

      als men zover in prijs zakt als waar nu sprake van is, dan had dat, voor zover wij

      daar het juiste zicht op hebben, toch ergens moeten kunnen...

 

09. Vaststellen jaarrekening 2013:

      Ook omdat we op de achtergrond al vragen hadden ingediend, konden we het kort

      houden.   Het negatief saldo van: Ä 437.886 baart ons zorgen.  Op een of andere

      wijze moeten we zoeken naar mogelijkheden om minstens dat bedrag, wat nu

      onttrokken is aan de Algemene Reserve, weer op te halen.

      Met belangstelling wachten we de bezuinigingsvoorstellen af die later dus nog tot

      ons zullen komen.

 

10.  Uitgangspuntennota Transitie Sociaal Domein (voorbereidend)

      Het Functioneel Model Westerkwartier vinden wij een prima theoretisch concept.

      Vraag is wel of organisaties nu wel in staat zijn om samen te werken, of wellicht

     1 organisatie te vormen, waar dat kennelijk in het verleden onvoldoende gelukte ?

     * Wij vragen het college om aan te geven wat nu de daadwerkelijke verandering

        in de aanpak zal zijn ten opzichte van de huidige situatie ?

 

       Het voorstel is om de basisondersteuning beschikkingsvrij te verlenen. Wij zijn

      voorstander van zo weinig mogelijk regels en praktisch handelen maar zijn ook

      voorstander van rechtszekerheid.

     * Wij vragen het college of een reguliere bezwaar- en beroepsprocedure mogelijk is,

      op het moment dat er gťťn beschikking wordt afgegeven ?

 

      Wij onderschrijven het voorstel om het PGB slechts bij wijze van uitzondering te

      verstrekken, omdat wij het overheidsgeld willen reserveren voor professionals die

      aan strenge kwaliteitseisen voldoen.  Daar waar we ervan uitgaan dat de eigen

      kracht van de burger en diens netwerk centraal staat, kan het niet zo zijn dat dit

      eigen netwerk betaald gaat worden van overheidsgeld.

     

      Waar wij uitgaan van besteding van overheidsgeld aan professionals wordt de

      noodzaak om de rechtszekerheid van burgers te beschermen, urgent.  Wij vragen

      daarom aan het college om de mogelijkheden te bekijken om deze rechtszekerheid

      laagdrempelig te realiseren, anders dan de voorgestelde maatregelen: die lijken

      ons te ver af en te formeel.

     De Uitgangspuntennota gaat uit van solidariteit tussen gemeenten als het gaat om

      de uitvoering. Dat lijkt een mooi ideologisch en ook praktisch uitgangspunt.

     GroenLinks maakt in dit opzicht echter wel een voorbehoud, namelijk dat

      (financiŽle) solidariteit een prima uitgangspunt is, maar geen hard gegeven in de

      uitvoering: eerst de consequenties op een rij, alvorens wij daarmee in kunnen

      stemmen.

      Wat GroenLinks mist in deze Uitgangspuntennota is de relatie met het zorgdomein.

     Immers, het grootste deel van de thuiszorg en de wijkverpleging gaat straks

      uitgevoerd worden onder regie van het Zorgkantoor.  Zoals we allemaal weten is

      een burger niet op te knippen in stukjes op basis van de financiering, en is een

      integrale aanpak absoluut noodzakelijk:

      * Welk maatwerk is nodig in de ondersteuning van deze individuele burger ? 

 

      GroenLinks vraagt daarom aan het college om in de Uitgangspuntennota een

      passage op te nemen waarin uitdrukkelijk wordt geformuleerd dat aansluiting zal

      worden gezocht met het zorgdomein en dat integrale zorg- en ondersteuningsar-

      rangementen zullen worden ontwikkeld.

 

11.  Resultaten marktconsultatie en budget continuÔteitsarrangementen AWBZ

      (informatief // Voorbereidend)

       Vragen ter verduidelijking:

       a:  Mensen met een doorlopende indicatie na 01-01-2015 houden maximaal 1 jaar

          recht op de zorg die zij krijgen.  Weliswaar houden zij recht op dezelfde zorg,

           maar wel met een korting.  Het voorstel is dat de aanbieders deze korting zelf

           oplossen, door synergievoordelen en minder regeldruk.

           Hebben wij zicht op hoe het daadwerkelijk in de gemeente Grootegast hiermee

           is gesteld: welke aanbieder betreft het, welke clienten en gaat dat ook lukken,

           hoe houden wij daar toezicht op (op de kwaliteit van de zorg) ?

 

       b:  De voorgestelde budgetverdeling: hoe staat dat in verhouding tot de bestaande

           budgetten, en aan wie komen die budgetten toe, wat is dan nog de invloed van

           de gemeente hierop, hoe gaan wij hierop sturen ?

 

       c:  Hoe zit het met de taak- en rolverdeling tussen de gemeenten: het gaat om

            een gezamenlijk voorstel, maar wie doet daarin nu wat ?

 

12.    Notitie 'Hulp bij het huishouden Westerkwartier 2015 (Voorbereidend)

        De voorgenomen bezuiniging van de rijksoverheid op de huishoudelijke hulp,

        maakt keuzes noodzakelijk.  GroenLinks is met college van mening dat scenario's

        1 en 4 niet tegemoet komen aan een zorgvuldige uitvoering van de bezuinigingen.

        In tegenstelling tot het voorstel van het college is GroenLinks echter van mening

        dat scenario 3 de voorkeur verdient boven scenario 2.

 

        Of we het nu schoonmaak noemen of huishoudelijke hulp: in de kern komt het erop

       neer dat er mensen zullen zijn die hulp nodig hebben om hun huis schoon te houden

       omdat ze het niet meer zelf kunnen, en ook hun omgeving er niet in kan voorzien.

        Ondersteuning is dan nodig als er onvoldoende financiŽle middelen zijn om zelf de

        kosten van die hulp te betalen.

 

       De keuze voor scenario 2, zoals voorgesteld, impliceert dat mensen nu kennelijk of

        onterecht hulp krijgen, of voldoende financiŽle middelen hebben om zelf in de kosten

       te voorzien.  Het is maar de vraag of dat zo is.  Hoewel gedateerd laten de cijfers in

       ieder geval zien dat de kosten voor huishoudelijke hulp nu vooral gaan naar mensen

        met de minste financiŽle middelen.  Het zou dus maar zo eens kunnen zijn dat dit

        scenario onvoldoende tegemoet kan komen aan de noodzaak van bezuiniging.

        Nog los van deze financiŽle overweging vindt GroenLinks een inhoudelijke afweging

        nog veel belangrijker.  Namelijk, uitgaan van de burger en zijn sociale omgeving in

        zijn totaliteit.  Het geven van een paar uurtjes huishoudelijke hulp kan wellicht

        duurdere vormen van begeleiding of zorg voorkomen.

 

        De keuze voor scenario 3 maakt een integrale benadering en een maatwerkaanpak

        mogelijk.  De burger kan samen met de aanbieder bekijken welke mogelijkheden er

        zijn binnen het vastgestelde budget en samen zoeken naar een optimale vorm van

        ondersteuning.  Voorwaarde voor deze aanpak is dat schuiven met budgetten

        tussen Zorgkantoor en gemeente mogelijk wordt.  Zoals gezegd, afstemming tussen

        Zorgkantoor en gemeente is cruciaal.  En daarmee de afstemming tussen het zorg-

        en het overige sociale domein.  Huisartsen en wijkverpleegkundigen zullen hierin een

        belangrijke rol moeten spelen. Indicatie op afstand vervalt hiermee: het beoordelen

        van het recht op de noodzakelijke ondersteuning komt toe aan de aanbieder.

        Strenge kwaliteitscriteria, in combinatie met een vorm van populatiebekostiging en

        goed toezicht op de uitvoering, zullen ervoor zorgen dat de burger de ondersteuning

       krijgt die nodig is.  Met minder regels en minder administratie. Er valt op deze manier

        veel winst te behalen.

        * Als GroenLinks roepen we het college op een eind te maken aan de productie-

           gerichte benadering en te kiezen voor scenario 3

 

13.    Organisatie implementatie Participatiewet (Besluitvormend)

        GroenLinks is met uw college van mening dat de oriŽntatie op de gemeente

        Noordenveld uitsluitend geldt voor de gemeenten Marum en Leek.  Ook vinden wij

        het niet wenselijk om dienstverleningsovereenkomsten af te sluiten vanwege het

        ontbreken van democratische legitimatie.  Wij zijn het dan ook eens... met het

        voorstel van het college om tot de daadwerkelijk herindeling in 2018 geen nieuwe

        uitvoerings-organisatie op te richten en de huidige situatie voort te zetten, met de

        toevoegingen die daarbij gemaakt worden. 

        In het voorstel missen wij de gevolgen... van de invoering van de Participatiewet.

        * Wij zouden graag een antwoord hebben op de vraag: wat betekent de invoering

           van de Participatiewet als wij de huidige organisatiestructuur tot 2018 laten

           bestaan ?

 

       Verder zouden wij graag zien dat in de periode tussen nu en 2018 een verdiepend

        onderzoek wordt gedaan als vervolg op het advies van de commissie Sint.

        Is het nu werkelijk zo dat Leek en Marum zijn aangewezen op Noordenveld ?

        Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat er weliswaar sprake is van een

        historisch gegroeide samenwerkingsrelatie tussen Leek, Marum en Noordenveld als

        het gaat om werk en inkomen, maar dat inwoners van het Westerkwartier in brede

       zin geŲrÔenteerd zijn op omliggende plaatsen in de gemeenten Groningen,

        Smallingerland en Achtkarspelen.

        * Wij vragen het college dan ook om de periode tot 2018 te gebruiken om zowel

           kwantitatief als kwalitatief onderzoek te doen naar de daadwerkelijke oriŽntatie

           van de inwoners van het Westerkwartier in het sociale domein, teneinde een

           gedragen en weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de uitvoerings-

           organisatie in 2018.

 

        Met medeneming van onze suggesties kunnen we akkoord gaan hiermee

 

16.   Verhoging kredietplafond Startersleningen:

        Ook wij hadden hierbij de vraag van: wanneer het fonds zichzelf gaat bedruipen ?

        Het moet toch wel de bedoeling zijn en blijven dat het fonds dat gaat doen. 

        Dat de grens daarvoor misschien nog niet bij Ä 300.000 ligt is misschien nog te

        'verhapstukken, maar heel erg veel hoger moet het ons inziens toch niet gaan

        worden.  Hoe fout is het, om ook hier grenzen / plafonds aan te stellen ?