Raadsvergadering 26-02-2013 (Greep uit inbreng van ons).

 

Motie CDA (naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad dat

basisscholen een minimale omvang van 100 leerlingen dienen te hebben).

 

De raad van de gemeente Grootegast, in vergadering bijeen op

26 februari 2013 en sprekend over de Toekomstvisie voorde gemeente,

 

Overwegende dat:

* De Onderwijsraad een advies heeft uitgebracht dat er in essentie op

   neer komt dat basisscholen met minder dan 100 leerlingen, met het

   oog op beweerde kwaliteitsproblemen en veronderstelde kostenbe-

   sparingen, moeten sluiten;

* Gemeenteraden zorg dragen voor de financiering van de huisvesting

   van scholen van alle denominaties in de eigen gemeente;

* Raden bevoegd zijn ten aanzien van het oprichten en opheffen van

   openbare basisscholen, met inachtneming van de wettelijke

   opheffingsnorm;

* Overigens de raad van Grootegast, vanuit zijn zorg voor het algemeen

   belang en het voorzieningenniveau in dorpen, nadrukkelijk het voort-

   bestaan van scholen in alle kernen van belang vindt, ongeacht het

   bestuur van de school;

* Dat 'een school' onderdeel is van een gemeenschap en derhalve niet

   eigendom van de onderwijsorganisaties is, maar van het kind, de

   ouders en de samenleving als geheel. En dat daarom het onderwijs

   onderdeel is van en bijdraagt aan het algemeen belang;

* Ook overigens een economische benadering van het onderwijs veel te

   te eng is, omdat het naast rekenen en taal vooral gaat om de over-

   dracht van normen en waarden, persoonlijke en sociale ontwikkeling,

   hetgeen grootheden zijn die niet in cijfers zijn te vangen;

* Dat gezinnen met kinderen niet gauw komen wonen in een dorp waar

   geen school is en dat dus versnelde vergrijzing en krimp dan een zeker

   gevolg is van verkeerd beleid;

* De gevolgen en kosten van sluiting van basisscholen neerdalen bij de

   gemeenten: lege en incourante schoolgebouwen, noodzakelijke

   uitbreidingen/verbouwingen van scholen die leerlingen moeten

   opvangen, kosten voor leerlingenvervoer, verlies van andere functies

   van het gebouw, etc.;

* Sluiting van scholen leidt tot meer vervoersbewegingen, een extra

   belasting van het milieu en toenemende verkeersproblematiek bij de

   resterende scholen;

* Minder basisscholen in een minder dichtbevolkt gebied ook leidt tot

   aantasting van de vrijheid van schoolkeuze van ouders en daarmee

   in strijd is met de grondwettelijk gegarandeerde vrijheid van onderwijs;
* Opvolging van het advies betekent dat de helft van de basisscholen

   in de Provincie Groningen dicht moet en het voor de gemeente

   Grootegast leidt tot het einde van de enige basisscholen in de

   kernen Kornhorn (79 leerlingen), Doezum (86 leerlingen), Lutjegast

   (99 leerlingen) en Sebaldeburen (65 leerlingen). Meer dan de helft van

   onze dorpen heeft dan geen school meer!;

* Een kleinere school weliswaar door de schaal relatief duurder is, maar

   dat dit een alleszins te rechtvaardigen investering is in zowel het kind

   als de leefbaarheid in de dorpen, omdat het in het onderwijs gaat om

   veel belangrijker zaken dan zo laag mogelijke kosten per eenheid, lees

   kind;

* De gemeente Grootegast geen krimpgemeente is en het geboortecijfer

   door de economische crisis nu weliswaar laag is, maar deze en dus

   leerlingaantallen bij economisch betere tijden zelfs zal kunnen stijgen.

 

Spreekt uit dat:

* De veronderstelde samenhang tussen schoolgrootte en onderwijskwali-

   teit volledig uit de lucht is gegrepen en dat onderwijskwaliteit veel

   meer te maken heeft met en bereikt wordt door identiteit, inzet en

   kwaliteit van de leraar en betrokkenheid van ouders.

* Opvolging van het advies van de Onderwijsraad door kabinet en

   parlement volstrekt onacceptabel is.

* Als uitgangspunt moet gelden: handhaving van de huidige situatie

   met tenminste 1 school in ieder dorp van de gemeente Grootegast.

 

Roept het college op:

* Er zorg voor te dragen het advies van de Onderwijsraad geen weerklank

   te laten vinden in het nog op te stellen Regionaal Huisvestingsplan,

   maar in plaats van naar schaalvergroting te streven naar schaalop-

   timalisatie, volgens de menselijke maat, passend bij het platteland en in

   het belang van het kind en het milieu.

* Zich in te spannen om de totstandkoming van het Regionaal

   Huisvestingsplan te versnellen, zodat deze eerder dan thans voorzien

   kan worden behandeld door de raden en in elk geval voorafgaand aan te

   voeren overleg in het kader van de medezeggenschap een concept ter

   bespreking aan de raden wordt voorgelegd (waarmee de mogelijkheid

   ontstaat voor de raden tijdig op basis van een integrale afweging te

   sturen en waarbij kan worden beoordeeld dat de vrijheid van onderwijs

   vanuit ouders gegarandeerd blijft).

* Alles in het werk te stellen (onder meer langs de kanalen van de VNG)

   de staatssecretaris van onderwijs te weerhouden van opvolging van het

   advies van de Onderwijsraad.

 

En besluit:

* De staatssecretaris van onderwijs te informeren over voornoemde

   uitspraak met betrekking tot het advies van de Onderwijsraad, deze op

   te roepen het betreffende advies niet op te volgen en geen voorstellen

   te doen die het voortbestaan van scholen boven de huidige opheffings-

   norm bedreigen, maar voorstellen te ontwikkelen die kwaliteit en voort-

   bestaan van scholen juist versterken.

* Een afschrift van voornoemde brief te zenden aan de leden van de

   Tweede Kamer der Staten Generaal.

* Deze motie ter kennis te brengen van de overige raden in het

   Westerkwartier, met het verzoek eenzelfde uitspraak te doen en de

   oproep met betrekking tot de versnelling van de totstandkoming van

   het Regionaal Huisvestingsplan Onderwijs, c.q. de oproep te onder-

   steunen om het concept-plan voorafgaand aan te voeren overleg in het

   kader van de medezeggenschap aan de raden ter bespreking voor te

   leggen.

* De griffier op te dragen uitvoering te geven aan het voorgaande.

 

En gaat over tot de orde van de dag,

 

Grootegast, 26 februari 2013

Harry van der Tuin, fractie CDA Grootegast

 

 

 

Onze reflectie op de motie van het CDA

 

Onderwijsraad adviseert om basisscholen met minder dan 100 leerlingen

te sluiten. De ondergrens ligt nu op 23 leerlingen. De motivatie van de

Onderwijsraad zit in prijs (kleine scholen zouden per leerling duurder zijn)

en kwaliteit (bijvoorbeeld hoe goed sluit het basisonderwijs aan op het

vervolgonderwijs, waarin projectmatig werken aan de orde van de dag is).

 

Wij vinden dat met name de kwaliteit van het onderwijs doorslaggevend

moet zijn: het gaat immers om de toekomst van onze kinderen?

Ontwikkelingskansen van onze kinderen gaan boven een veronderstelde

sociale cohesie in het dorp. Dat een school een belangrijke bijdrage zal

leveren aan deze sociale cohesie, vinden wij ook. Er zijn echter grenzen

aan. Sociale cohesie kan ook zijn dat ouders gezamenlijk kinderen naar

school brengen.

 

Onderwijs is tegenwoordig namelijk meer dan een lesje draaien centraal

voor 1 klas.   Er zijn leerlingen die op allerlei niveaus les krijgen en dus is

het van belang om klassen niet te groot te laten worden, laat staan dat

je 3 groepen bij elkaar moet stoppen, want dan is goed lesgeven absoluut

niet meer aan de orde. Dat kon vroeger misschien, maar door allerlei

regels & voorschriften, lees: vooral lesgeven op verschillende niveaus, is

een maximaal aantal van 2 groepen in 1 klas een absolute voorwaarde.

Meer kan echt niet.

 

Wij zouden de strekking van de motie willen ondersteunen, namelijk dat

wij het niet eens zijn met een rigide ondergrens van 100 leerlingen.

Met daarbij de toevoeging dat een gemeente de mogelijkheid moet krijgen

om eigen beleid te ontwikkelen en maatwerk te leveren, waarbij een

toetsing aan kwaliteitsnormen plaatsvindt en niet aan leerlingen aantallen.

Deze aanpak past geheel en al in het algehele regeringsbeleid, dat gericht

is op het laag leggen van verantwoordelijkheden.

 

Onze zienswijze leidt ertoe dat wij het onderdeel van de motie dat zegt:

in ieder dorp 1 school in Grootegast, niet kunnen ondersteunen. Wij zijn

van mening dat uitgangspunt moet zijn dat de gemeente die scholen

openhoudt die kunnen voldoen aan de te stellen kwaliteitseisen.

 

We hebben trouwens ook nog geen zicht op de nieuwe leerlingenprognoses,

die er al wel moeten zijn volgens onze info, maar om onverklaarbare redenen

nog niet vrijgegeven worden.  Dat is ook een extra handicap bij de

ondersteuning van de motie.

 

Volgens de leerlingen prognoses gemeente Grootegast maart 2011 tot en

met 2028 kalft het leerlingenaantal op alle basisscholen af. Bij twee scholen

in de gemeente is dat, volgens die prognose dus, zelfs heel veel, en zij

zakken dus structureel door het aantal wat wij nog verantwoord vinden,

namelijk vanaf 2016/2017 zelfs onder de 50 stuks en dan kalven zij nog...

verder af.  Voor ons staat dus vast, dat in elk geval er een flink aantal jaren

van structurele afkalving sprake zal zijn. Ook wij zagen en zien dat graag

anders. Jawel: GroenLinks Grootegast is echt niet blij met de ontwikkelingen

zoals zij zijn cq dreigen te gaan worden. Kunt u ons rustig in geloven.

Maar de realiteit is nu eenmaal de realiteit en daar moet je toch mee leren

omgaan.

 

Wanneer leerlingenaantallen dalen, en dat doen ze dus, staat de kwaliteit

van lesgeven gewoon onder druk. En ja, onderwijs is meer dan rekenen en

taal, het is ook het aanleren van normen en waarden, hoewel ouders... daar

ons inziens in eerste instantie, toch verantwoordelijk voor zijn.

Het zou trouwens wel een misvatting zijn te denken dat men op de grotere

scholen geen tijd stak in het aanleren van normen en waarden.

 

Wanneer het CDA het heeft over leefbaarheid in de dorpen, dan begrijpen

we dat niet alleen, maar geven we hier en nu aan dat ook zeer van belang

te vinden. Maar helaas misschien... kunnen we niet weglopen voor de

realiteit.  Een dorp zonder school moet ons inziens ook kunnen functioneren,

zeker als daar andere voorzieningen zijn- of nog gaan komen.

 

Het lijkt ons in elk geval op z'n minst een vreemde zaak dat we koste wat

kost en per definitie basisscholen in allerlei dorpen handhaven omdat zij het

enige zijn in een dorp waar de leefbaarheid aan opgehangen wordt.

Die taak wordt een basisschool misschien wel toegedicht, maar die taak heeft

ze feitelijk niet.

 

De nieuwe realiteit, waarvoor we de ogen niet kunnen sluiten, leert ons

gewoon dat basisonderwijs vraagt om betaalbare kwaliteit, nu en in de

toekomst.  En als dit vanwege dalende leerlingenaantallen niet mogelijk is,

dan moeten er gewoon, hoe leuk ook wij dat wel of niet vinden, gewoon toch

maatregelen worden genomen.

 

Afsluitend: we zijn inderdaad geen krimpgemeente, maar uit demografische

voorspellingen blijkt, zoals wij er tegen aankijken tenminste, dat we nu niet

direct meer een vette groeigemeente zullen gaan worden. Om over positieve

economische vooruitzichten nog maar te zwijgen.  Het is dus, ook al zou je

het anders willen, gewoon geen optie om niet reel te kijken naar de situatie

zoals ie is en sentimenten te laten prevaleren. Dan kom je later nog verder in

de problemen.  Zoals we net aangaven: Wij zouden de strekking van de motie

kunnen ondersteunen, maar de motie in z'n geheel niet.

 


 

* Extra toevoeging:

   Zoals we aangaven, en hierboven in ons verhaal ook nogmaals te lezen is,

   leidt onze zienswijze er dus toe dat wij de motie niet kunnen ondersteunen.

   Wij zijn van mening dat uitgangspunt moet zijn dat de gemeente die scholen

   openhoudt... die kunnen voldoen aan de te stellen kwaliteitseisen.

 

Dat sluit ons inziens niet per definitie uit dat een school met misschien 60 a 70

niet open zou kunnen blijven.  Maar dreigt het leerlingenaantal daar structureel

(ver) onder te zakken ? Dan moet je je ons inziens toch wel achter het hoofd

gaan krabben, en staat bij ons in elk geval het punt van 'verplicht'... 

een school open houden, koste wat het kost, toch zeker ter discussie !